dinsdag 13 december 2011

Voorspel de toekomst van je schoolresultaten!

Leerlingen maken meer en meer gebruik van een elektronische leeromgeving en daar wil men iets mee doen… Door middel van een analyse van het online gedrag van studenten binnen deze elektronische leeromgeving weet men verschillende gegevens te verkrijgen. Dit nieuw fenomeen binnen het onderwijs noemt ‘Learning Analytics’. De gegevens die hiermee worden verkregen verschaffen inzicht in het studiegedrag, de kwaliteit van gebruikte onderwijsmateriaal, het gebruik digitale leer- en werkomgeving… Men kan dus een waardevolle feedback verschaffen aan studenten en docenten tijdens het onderwijsproces.

Voor de student kan Learning Analytics gezien worden als een persoonlijke assistent tijdens het leren. Wanneer een leerling bijvoorbeeld herhaaldelijke keren dezelfde fouten maakt bij een oefening wordt het gezien door Learning Analytics en wordt het gemeld aan de student. De student kan met behulp van Learning Analytics ook feedback krijgen over zijn studiegedrag. De leerlingen komen hun sterke en zwakke punten te weten en er kunnen zelfs voorspellingen worden gedaan over hun toekomstige prestaties. Ook kan de student zien hoe zijn voortgang zich verhoudt tot zijn medestudenten. Bij dit alles is de visualisatie van de data een belangrijke factor.

Zoals ik reeds zei verschaft het ook voor de docent waardevolle feedback. Hij kan kijken welke studenten het goed doen en welke het minder goed doen. Op deze manier kan hij voor al zijn leerlingen een optimale leerervaring bereiken door oefeningen te geven die aangepast zijn aan hun niveau. Ook kan een docent kijken of studenten de oefentoetsen hebben gemaakt en hoe vaak studenten gebruik maken van het cursusmateriaal.

Dit alles kunnen we ook naar het niveau van de hele school tillen. Met behulp van Learning Analytics kan men bijvoorbeeld kijken welke klassen goed presteren en welke docenten een methode hebben gevonden om het meeste uit de leerlingen te halen.

Learning Analytics lijkt op het eerste zicht enkel positieve effecten te hebben. Studenten ontdekken hun zwakke punten en kunnen hier iets aan proberen te doen, men ontdekt welke methoden het beste werken bij de leerlingen… Allemaal dingen die kunnen bijdragen tot een verbetering van het onderwijs. Maar, er zijn enkele bedenkingen. Learning Analytics kan gebruikt (of misbruikt) worden als controlemechanisme. Er is ook de kans dat men op basis van Learning Analytics te snel conclusies zal trekken, het is zeer belangrijk dat er een volledig beeld wordt gegeven en dat alles correct wordt geïnterpreteerd. Ook moeten we ethische aspect aanhalen. Het verzamelen van gegevens over leerlingen brengt verschillende privacyvraagstukken met zich mee.

Learning Analytics is een nieuw fenomeen, waar volgens mij wel toekomst in zit. Maar momenteel zijn er nog maar weinig praktijkvoorbeelden, het is dus moeilijk om al conclusies te trekken.

Bronnen:

http://innovatie.kennisnet.nl/kennisnet-en-innovatie/trendrapport/learning-analytics (geraadpleegd op 06/12/2011)
http://www.frankwatching.com/archive/2011/11/17/learning-analytics-maatwerk-in-het-onderwijs-door-meten/ (geraadpleegd op 06/12/2011)
http://www.surffoundation.nl/nl/themas/innovatieinonderwijs/learninganalytics/Pages/Default.aspx (geraadpleegd op 07/12/2011)

maandag 12 december 2011

'U heeft het liever wat socialer?'

Raadpleegde je voor het maken van deze opdracht het forum op PointCarré, Facebook, Twitter, Skype of een of andere blog? Dan ben je net het levende bewijs geweest van het gebruik van de sociale media in het onderwijs.

Inderdaad, de sociale media hoeft niet alleen voor het plezier gebruikt te worden, maar kan ook het onderwijs een gunst bewijzen.

Allereerst schenkt het de leerlingen de mogelijkheid om op een tijd- en plaatsonafhankelijke manier samen te werken en van elkaar te leren. Kreeg je de opdracht om een onderwijskundige te schaduwen, maar ken je niet meteen iemand die hiervoor in aanmerking komt? Geen probleem! Twitter of Facebook het even en binnen een korte tijd heeft iemand je geholpen.
Zoals eerder vermeld is ook het probleem van samenwerken op afstand door deze nieuwe trend weggewerkt. Denk maar aan Google Docs waarbij iedereen op het internet aan éénzelfde document kan werken.

Tevens kunnen samenvattingen, lesideeën, interessante artikels en nuttige filmpjes via deze media snel met de medestudenten gedeeld worden. Waardevolle bronnen worden dus op een uitstekende, laagdrempelige manier naar elkaar doorgespeeld en worden dan ook beter bereikbaar. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Slideshare waarop powerpoints kunnen geplaatst worden.

Met de reeds genoemde sociale media is de meerderheid al vast bekend. Maar er zijn zeer zeker nog andere interessante media die studenten kunnen helpen. Een eerste daarvan is ‘Hyves’. Op deze pagina’s of online groepen vind je namelijk snel de geschikte doelgroep voor het invullen van enquêtes. Een tweede nuttige link is www.wrts.nl. Hierop kunnen leerlingen een examen voor klasgenoten opstellen. Een derde en laatste plek op het internet die ik graag aanhaal is www.mindmeister.com. Deze laat leerlingen en leerkrachten namelijk toe om hun mindmaps te delen of mindmaps van anderen te bekijken.

We mogen het bijna een feit noemen dat jongeren geen dag zonder de sociale media kunnen. Het integreren in het onderwijs is dan ook geen al te grote stap mits ‘iedereen’ er al reeds bekend mee is. Van een professional wordt zelfs verwacht dat hij/zij vaardig is in het gebruik van Facebook, YouTube, Twitter, etc. Deze vaardigheden verder op school ontwikkelen is dus geen zo’n slecht idee.

Eveneens ouders en leerkrachten hebben baat bij deze nieuwe manier van onderwijs. Ouders komen namelijk dichter bij de studies van hun zoon/dochter te staan doordat ze verschillende zaken via het net kunnen meevolgen. Of de leerling dit een prettig idee vindt, valt te betwijfelen. Voor leerkrachten is het dan weer fijn om bijvoorbeeld via www.blogger.com te zien hoe het er in andere scholen aan toe gaat. Hier kan men dan ideeën opdoen of eigen ideeën de wereld insturen.

Het lijkt een fantastische nieuwe wereld die voor velen opengaat, maar is dit ook in de praktijk zo? Wanneer er op een kritische manier met het internet wordt omgesprongen, kan het antwoord hierop positief zijn. Niet klakkeloos alles van het net overnemen, niet zomaar alles online gooien en respectvol met andere internetgebruikers omgaan zijn voorbeelden van hoe het zou moeten.
Een belangrijke rol hierbij is die van de leerkracht. Deze moet de leerlingen namelijk op voorhand de gepaste informatie aanreiken en tijdens het gebruik van de sociale media optreden als coach. Hierbij moet hij de leerlingen op een gepaste manier laten experimenteren met het internet en bijsturen waar nodig. ‘Niet meteen ingrijpen wanneer er iets misgaat’ is alvast een goeie instelling.
Het is natuurlijk ook zo dat de leerkracht de lerende wel moet loslaten. Sites als Facebook en Twitter worden namelijk vooral buiten schooluren gebruikt. De leraar kan hier dan op deze processen dus weinig invloed op hebben.

Niet alleen de leerling, maar ook de leerkracht kijkt best met een kritisch oog naar het internet. Is het wel gepast dat elke leerling het doen en laten van een leerkracht kent?

Bron:
Mijland,E. (red.), Ideeënboek Sociale media in het onderwijs, Middelbeers 2011.
http://www.ernomijland.com/docs/smiho.pdf

zaterdag 10 december 2011

Zoveel geld voor geen resultaat?

In de Kyrene School District (VS), krijgen wij een kort overzicht van hoe de scholen er in de toekomst zullen uitzien. In 2005 heeft het district meer dan 33 miljoen dollar uitgegeven om de technologie in hun scholen in te voeren. In de loop van de zeven komende jaren zou het district de belastingen van 46,3 miljoen dollar moeten verhogen om het mogelijk te maken om in technologie te blijven investeren. De inwoners van het district hebben deze maatregel geweigerd. Wanneer de leerlingen van die scholen in de klas aankomen, nemen zij geen papier en pen maar zetten ze hun computer aan. Het klassieke schoolbord wordt door een interactief digitaal schoolbord vervangen en de scholing over talrijke onderwerpen komt met behulp van verschillende software tot stand. Natuurlijk heeft de school serieuze bespparingen moeten doen om zo'n uitgaven mogelijk te maken. Het zijn dus de gym-, muziek- en beeldende kunstlessen die minder tijd innemen in het lespakket wegens de komst van de technologieën. Het aantal leerkrachten is eveneens verminderd wegens de grote investeringen in ICT en de klassen zijn daardoor overbevolkt. Hierbij moeten we vermelden dat de invoering van deze nieuwe technologieën meestal niet gepaard ging met een opleiding en begeleiding van de leerkrachten. Uiteraard rijst dan volgende vraag: "Is het effect van de nieuwe technologieën op school positief genoeg om zich deze uitgaven te permitteren?". Matt Richtel, journalist van New York Times, heeft ontdekt- door één van de scholen in het district te bezoeken- dat deze zich zeker met hun technologieën onderscheiden maar niet echt in de schoolresultaten van taal en wiskunde. Deze resultaten blijven hetzelfde terwijl deze in andere scholen stijgen. Kunnen we dan concluderen dat de nieuwe technologieën nutteloos zijn in de klas? Het is zeker niet eenvoudig! De resultaten van de leerlingen worden immers door testen bepaald die bijna een eeuw geleden werden ontwikkeld. Deze testen kunnen waarschijnlijk niet de omvang meten van de vaardigheden die de leerlingen door ICT bereiken. De voorbereidingen die aan het district van Kyrene zijn genomen, kunnen als een experimentele stap van een vernieuwende educatieve beweging beschouwd worden. De educatieve benadering is gebaseerd op de trends van de laatste decennia die een nieuwe gedachte van opvoeding ophemelen. Het is de aard van de klas zelf, de relatie met de leerkracht die werd veranderd: de leraar circuleert tussen de leerlingen die elk op hun eigen tempo aan de hand van hun computer leren. De leraar begeleidt dus de leerlingen, die zelfstandig werken. Het is moeilijk om het effect van de technologie te meten, want er zijn allemaal verschillende klassen en scholen.

Ik vraag me persoonlijk af of de vaardigheden die vandaag door de leerlingen ( op zuiver technisch niveau) met de technologieën worden ontwikkeld, niet 'zullen vervallen zijn', zelfs voordat zij naar de universiteit gaan.

Volgens mij kunnen de technologieën zeer nuttig zijn wanneer er geen andere optie is. Er zijn dingen die men met traditionele werkmiddelen moet doen, en andere waarvoor computers een efficiënte ondersteuning kunnen bieden. Het enthousiasme van de leerlingen mag niet verwaarloosd worden.

Momenteel ziet het me ernaar uit dat de technologische ondernemingen profiteren van het gedrang van de technologie op school. Maar men is nog in een soort experimentele fase, wat het niet mogelijk maakt om positieve effecten op lange termijn bij de leerlingen te bepalen. De school als opvoedingsomgeving is in mijn ogen absoluut noodzakelijk voor de overdracht van waarden. Deze kunnen volgens mij moeilijker overgebracht worden door het gebruik van technologie.

Bronnen:

http://www.nytimes.com/2011/09/04/technology/technology-in-schools-faces-questions-onvalue.htlm?pagewanted=all geraadpleegd op 3 december, 2011

http://m.ledevoir.com/societe/actualites-en-societe/332674/a-l-ecole-numerique-rime-t-il-avec-pensee-magique geraadpleegd op 3 december, 2011

http://internetactu.blog.lemonde.fr/2011/09/23/dans-la-salle-de-classe-du-futur-les-resultats-ne-progressent-pas/ geraadpleegd op 3 december, 2011

vrijdag 9 december 2011

Weg met de harde schijf!

Als je bestanden opslaat op je computer, doe je dat meestal op je harde schijf. Maar er zijn andere mogelijkheden; je kunt je bestanden ook opslaan op een aparte server, die toegankelijk is via het internet. Dit heet cloud computing. Het grote voordeel is dat je vanop eender welke computer, smartphone of tablet aan je bestanden kunt. Je hoeft geen dingen meer op een stick te zetten en die te transporteren naar een andere pc om daar bijvoorbeeld af te printen. Je gaat gewoon op het internet naar de plaats waar de bestanden zijn opgeslagen en hup, je kan aan de slag. Verder is het heel handig voor computers met een kleine harde schijf, met weinig opslagruimte dus. Bovendien kun je met de meeste programma’s ook meerdere mensen aan de bestanden! Handig voor groepswerken dus! Het is ook veilig je bestanden op het internet te bewaren in die zin dat je je bestanden niet kwijt bent als er iets gebeurt met je computer. Het nadeel is natuurlijk de toegang tot het internet, die is er niet altijd. Bij sommige programma’s, zoals Dropbox bijvoorbeeld, kan je wel aan je bestanden in internetloze tijden; je kunt die openen, bewerken en opslaan, en vanaf het moment dat de computer verbinding maakt met het internet worden de bestanden gesyncroniseerd. Een ander nadeel is dat vele bestanden op één plaats worden opgeslagen op het internet. Wanneer hackers dit kunnen kraken hebben ze in één keer al je bestanden. Gelukkig is de beveiliging van de programma’s groot!
Praktisch: hoe heten die programma’s nu? Je hebt onder andere iCloud (van Apple, wat dacht u anders?), Dropbox, Google Apps, en Google Docs.
Ik gebruik Dropbox, en ik zou het niet meer kunnen missen. Het is zó handig om bestanden met mekaar te delen! Zware bestanden mailen niet makkelijk en het is echt easy om ze op Dropbox te zetten. Het is ook gemakkelijk in gebruik: het is gewoon een mapje in je bestanden zoals alle anderen. Wanneer iemand iets aanpast, verschijnt er automatisch een wolkje op je bureaublad met een melding. Tot voor kort gebruikte ik Dropbox enkel om bestanden te delen en er gezamenlijk aan de werken, maar nu sla ik er ook belangrijke documenten in op. Een klasgenote raakte onlangs haar laptop kwijt en daarmee ook haar deel van ons groepswerk, een pijnlijke zaak… Dit zie ik liever niet meer gebeuren! Dropbox is gratis tot en met 3.5 gigabyte, voor meer opslagruimte moet je betalen.

Bron: geraadpleegd in de krant: De Morgen, 18 november 2011: extra bijlage Multimedia.
Ingekort artikel te vinden in elektronische versie op: http://www.demorgen.be/dm/nl/11736/Dossier-Multimedia/article/detail/1349455/2011/11/28/Cloud-computing-vloek-of-zegen.dhtml en http://www.demorgen.be/dm/nl/11736/Dossier-Multimedia/article/detail/1349503/2011/11/29/Handige-sites-en-apps-voor-cloud-computing.dhtml

donderdag 8 december 2011

Digitaal naar school voor iedereen!

Wat als je plots ziek wordt? Als je niet meer naar school kan? Heb je dan helemaal geen kans op een diploma? Kan je het dan vergeten? Loop je dan voor altijd een achterstand op?

Dankzij de volgende organisatie hoeft dit echter niet het geval te zijn! Bednet! Zij zorgen ervoor dat je toch een beetje naar school kan ondanks medische redenen.

Bednet zorgt ervoor dat kinderen die om een of andere medische reden niet meer naar school kunnen toch gewoon les kunnen volgen in hun vertrouwde klas. Het zorgt zelf voor technologisch materiaal. De leerling moet wel zelf zorgen voor boeken en schoolmateriaal. Zowel de leerling als de klas krijgt een computer met een webcam. Elk kind heeft een gesloten leeromgeving die toegankelijk is via breedband internet. Het is de bedoeling dat de leerling en de leerkracht een persoonlijke gebruikersnaam en wachtwoord aanmaken. Het systeem werkt heel interactief. De leerling die niet aanwezig is in de klas wordt zo veel mogelijk betrokken bij de lessen. De leerlingen kunnen foto’s nemen van het schoolbord, antwoorden op vragen, documenten van in de klas raadplegen en zelfs hun had opsteken!

Pro’s:

  • Het kind krijgt geen ernstige leerachterstand.
  • Het is makkelijk om na de ziekte de draad terug op te nemen.
  • Het kind blijft actief deelnemen, alles is zo normaal mogelijk.
  • Het zorgt voor afleiding van de ziekte.
  • De structuur blijft in het leven van het kind.
  • Het blijft een doel hebben.
  • Het kind blijft op de hoogte van wat er in de klas gebeurt.
  • Sociaal contact, in de speeltijd kunnen de klasgenootjes chatten met de leerling.
  • De toetsing kan ook blijven plaatsvinden.

Contra’s:

  • Sommige kinderen willen alle lessen volgen. Het kan heel vermoeiend zijn. Ze zijn tenslotte ziek.
  • Hoewel er geprobeerd wordt het kind zo veel mogelijk te betrekken, zijn er natuurlijk lessen of activiteiten waarbij het kind niet kan deelnemen.
  • Het kan confronterend zijn. Het besef van isolatie, ook op sociaal vlak, kan komen.
  • Het duurt een maand eer het project kan beginnen na de aanvraag.

Het project is enorm snel gegroeid. Het is opgericht in 2003. Al in 2007 werd het in gebruik genomen door 39 kinderen. Amper een schooljaar later konden al 77 kinderen genieten van de faciliteiten van bednet en in het schooljaar 2010-2011 meer dan 100!

Bednet is een project dat medemogelijk gemaakt wordt door de Vlaamse Overheid,hierdoor is het grotendeels gratis. De minister van onderwijs Pascal Smet is zeer positief over Bednet. Op termijn wil hij dat meer dan 500 kinderen ervan gebruik kunnen maken. Zo wil hij dat alle kinderen die door medische redenen niet in de klas kunnen of mogen zijn, het recht hebben op Bednet. De vzw is momenteel aan het onderzoeken of er zelfs een mogelijkheid bestaat om Bednet te introduceren in het kleuteronderwijs.

De werking is zeer doeltreffend. Er is internationale interesse. Zelfs de Japanners zijn al eens les komen volgen in ons land via Bednet.

Conclusie: Door het technologische aan het menselijke te koppelen kan je wonderen verrichten!

Bronnen:

maandag 5 december 2011

Khan Academy : free world-class education to anyone anywhere.

Khanacademy.org is een online webplatform waar aan de hand van gratis video’s verschillende onderwijsdelen uitgelegd worden zoals wiskunde, biologie en geschiedenis.

Het leerplatform is opgebouwd met een zekere boomstructuur, een zogenaamde Web Of Knowledge, waarbij elk onderdeel elkaar opvolgt. Zo begin je bij wiskunde, bij de basics, en ga je hier steeds dieper op in.

Elke stap van het leerproces wordt gedetailleerd bijgehouden zodat je een goed overzicht hebt van wat je reeds afgelegd hebt. Zo merk je waar je goed in bent en waar er ruimte voor verbetering is.

De registratie gebeurt aan de hand van een kleurensysteem: groen, blauw en rood. Groen betekent dat je het onderdeel succesvol hebt afgelegd, blauw betekent dat je het onderdeel aan het bekijken bent, maar hierbij komen momenteel nog geen problemen voor. Rood betekent dat je moeilijkheden ondervindt en er hulp nodig is om dit onderdeel succesvol af te ronden. Het kleurensysteem maakt het dan ook overzichtelijk voor de begeleiders (leerlingen, ouders) om zich te focussen enkel en alleen op de personen die met rode items geconfronteerd werden. Op dit moment kunnen begeleiders deze groep apart nemen om ze zelf bij te scholen. Er kan ook geopteerd worden om een leerling dat reeds dit onderdeel succesvol heeft afgelegd (groene zone) in te schakelen om deze leerling verder te helpen.

Doordat het gaat om video’s kan elke student de onderdelen waar hij moeite mee heeft meerdere malen bekijken tot hij de materie volledig onder de knie heeft.

Het webplatform is zodanig gebaseerd dat er een zekere competitie in zit. Zo kan je verschillende beloningen ontvangen als je stages van het onderdeel succesvol hebt afgelegd. Het is vrij voor elke lerende, wat ervoor zorgt dat ze de problemen in hun eigen tempo kunnen oplossen en zich zo kunnen richten op de instructie waar zij het meeste moeilijkheden mee hebben. Het doel van Khan Academy is om het onderwijs voor leerkrachten te verbeteren en om vooral plezierige educatie aan te bieden voor studenten. Vele testen hebben aangewezen dat het heel doeltreffend is. Ook omdat het gratis en wereldwijd is, spreekt het velen aan.

Het nadeel bestaat erin dat Khan Adademy kan zorgen voor een verwaarlozing van de didactiek in het onderwijs.

Bronnen:
http://www.youtube.com/watch?v=gM95HHI4gLk (geraadpleegd op 1 december 2011)
http://www.khanacademy.org/ (geraadpleegd op 1 december 2011)
http://wilfredrubens.typepad.com/wilfred_rubens_weblog/2011/07/de-khan-academy-als-alternatief-onderwijssysteem-is-verarming-van-didactiek-in.html (geraadpleegd op 1 december 2011)
http://www.ted.com/ (geraadpleegd op 1 december 2011)
Dijksman, A.J., Khan, S. 2011. Khan Academy: the world's free virtual school. Geraadpleegd op 1 december 2011, http://meetings.aps.org/Meeting/MAR11/Event/136506

vrijdag 2 december 2011

Durf multisensorisch denken en experimenteer!

Sommigen onder jullie kennen mij ondertussen als de rare eend in de bijt, nl als een psychologiestudente die per toeval in het verkeerde vak terecht is gekomen. Niets is volgens mij minder waar. Het onderscheid tussen therapeutische interventies en onderwijs of educatie hoeft mijn inziens niet altijd heel groot te zijn...
Wanneer we spreken over een succesvolle psychiatrische behandeling betekent dit ondermeer dat patiënten er in geslaagd zijn verkeerde percepties/gedachtenpatronen en foutief gedrag te veranderen. Of deze verandering al dan niet gebeurt, hangt af van de mogelijkheden van de patiënt tot het verwerven van nieuwe informatie en nieuwe inzichten.
'Impact techniques' zijn ontwikkeld met als doel een snellere en meer langdurige verandering te bewerkstellingen. Dit door onze kennis rond menselijke geheugensystemen te verbinden met bestaande psychotherapeutische interventies.
De technieken die in dit artikel besproken worden zijn heel eenvoudig en gebruiken multisensorische interventies om abstracte begrippen concreter te maken. Zo wordt er gebruik gemaakt van metaforen (zowel visueel als tactiel). Ze bouwen verder op de kennis dit we hebben over hoe het brein werkt, leert, informatie opslaat en verwerkt. Aangezien in onze huidige maatschappij mensen in hun dagelijks leven al in contact komen met stimulerende multisensorische ervaringen, moeten de ‘impact techniques’ ervoor zorgen dat de therapeutische ervaringen op zijn minst als even verrijkend (en dus interressant) ervaren worden. 'Impact techniques', stimuleren dan ook de emoties en interessegebieden van de cliënt en bouwen verder op zijn basiskennis terwijl het accent gelegd wordt op het maken van plezier en het vermijden van herhaling. Het resultaat is een manier van werken die zowel de efficiëntie van de behandeling als de voldoening verhoogt van zowel therapeut als cliënt.

Ikzelf ben er ondertussen van overtuigd dat deze ‘impact techniques’ ook super interessant zijn in onderwijstoepassingen. Het gaat immers over leren, verwerven van nieuwe informatie en nieuwe inzichten en hoe dit proces zo aangenaam mogelijk te maken voor zowel student als docent.

Gehanteerde principes:
Voeg multisensorische ervaringen toe
Maak het abstracte concreet
Bouw kennis op bestaande kennis
Stimuleer emoties
Ontwikkel interesse
Het plezierprincipe
Eenvoud als belangrijk principe
Herhaling zonder te moeten herhalen..

Vanuit mijn functie binnen een psychiatrisch centrum ben ik al een geruime tijd op zoek naar nieuwe therapeutische interventies met als doel onze cliënten nog beter te kunnen begeleiden/coachen naar een succesvolle reïntegratie in de maatschappij. Door de inzichten en de kennis die ik tijdens dit vak heb opgedaan, kijk ik nu op een andere manier naar therapie. Probeer ik alle vergaarde info te integreren in een nieuwe manier van omgaan met kennis, kennis delen, kennis doorgeven… Dit artikel ondersteunt mijn geloof in het gebruik van nieuwe technologieën en leermethodieken binnen een therapeutisch kader. Anderzijds besef ik ook dat niet iedereen staat te springen om dergelijke ‘Impact Techniques’ toe te passen. Hopelijk kunnen we de nieuwe wind die momenteel waait binnen het onderwijs omzetten in onderzoek naar effectiviteit waardoor het misschien eenvoudiger wordt om de vertaalslag te maken naar nieuwe therapeutische toepassingen.


Bronnen:
B. Beaulieu, Phd, ‘Impact techniques: Applying our Knowledge of Human Memory systems to Psychotherapy’, www.americanpsychotherapie.com, 2006, p23-28.
B Beaulieu heeft een doctoraat behaald in de psychologie en is gespecialiseerd in het ontwikkelen van inovatieve multisensorische psychotherapeutische interventies en leermethodieken. Zij heeft verschillende boeken geschreven rond het gebruik van ‘impact techniques' zowel binnen therapie als binnen onderwijs vb 'Impact techniques' in the Classroom (Crown House, 2004).